Stel je opvoedingsvraag

Handleiding 'MijnBibliotheek'

Computerinfo

Sluitingsdagen

Krantenarchief van de Groote Oorlog

Bibliotheek Buggenhout

Hoofdbibliotheek ACC
Nieuwstraat 2
052/33 95 91

Boekenschuur Opstal
Krapstraat 161
052/33 95 95

Gemeentehuis Opdorp
Dries 70
052/33 95 98

bibliotheek@buggenhout.be

Volgers

dinsdag 19 april 2016

Zondag 24 april: dialectvoorstelling in de bib!



Hieronder lees je een bijdrage over Erfgoeddag Oep sèm Biggenaats, uit Ter Palen, het blad van de Buggenhoutse Heemkring Ter Palen. Met dank aan Ludo Cosijns en Eric Van Ingelgem. Veel leesgenot!

Op 24 april van dit jaar wordt vanuit de Vlaamse Gemeenschap de Erfgoeddag georganiseerd.
Dit is al de 16e editie. Elk jaar weer vraagt deze manifestatie onze aandacht voor het cultureel erfgoed in al zijn vormen. De organisatoren kiezen daarbij voor een jaarlijks thema, dat zich dit jaar toespitst op “Rituelen”, gebruiken en handelingen die telkens weer terugkeren. Ons hele leven is ervan doorspekt, zowel op persoonlijk als op publiek terrein. Denken we maar aan handelingen bij opstaan en gaan slapen, aan de grote levensmomenten bij geboorte, huwelijk en sterven, aan huldiging van wielerkampioenen en wedstrijdwinnaars, aan opening van nieuwe gebouwen en manifestaties. Ieder kent uit het hoofd de gebruiken bij Sinterklaas en Kerstmis, de nieuwjaarsbrief bij de jaarwisseling en zovele andere voorbeelden.
Soms zijn die rituelen ook streek- of plaatsgebonden. En dan denken we bij ons bijvoorbeeld aan de vele tradities en rituelen die ons door onze voorouders werden voorgedaan naar aanleiding van de regionale Mariaverering, waarvan de Boskapel en Onze- Lieve-Vrouw-van-Zeven-Smarten het middelpunt betekenden. We kennen ze als de bosbegankenis, maar voor een Buggenhoutenaar
klinkt dat vertrouwder als “Bosschoïenink”. 
Het plaatselijke dialect is trouwens ook zo’n erfgoed dat langzaamaan in de verdrukking geraakt. Door gewijzigde leefomstandigheden, de ruimere verplaatsingsmogelijkheden en menselijke contacten blijven we niet meer binnen onze lokale leefwereld en dat laat zich ook gevoelen in ons taalgebruik. De jongere generatie kent veel minder de eigen dialectische woordenschat en grammatica, die zich trouwens niet zo gemakkelijk laat vatten in geschreven vorm. Heel wat taalkundigen en taalliefhebbers hebben zich daarover gebogen en geprobeerd dat erfgoed vast te leggen en te bewaren.
Vanuit dat perspectief startten drie initiatiefnemers met de morele steun van onze heemkring begin vorig jaar met de Facebookpagina “Biggenaats Woord van de Dag”. Herman Buys, Lieve Van Regemoorter en Ward Vrancken kregen zelf de interesse voor taal en dialect met de paplepel binnen en wilden ons plaatselijk dialect onder de aandacht brengen, vooral van een breder en jonger publiek,
vandaar ook hun keuze voor het moderne communicatiemiddel.
Ze bouwden een Facebookpagina waarin een jaar lang elke dag een nieuw Biggenaats woord werd voorgesteld en toegelicht in zijn context en gebruik. De mosterd haalden ze uit het “Woordenboek van de Biggenaatse taul”, “Oep sèm Biggenaats”, het resultaat van het levenswerk door Joz Tilley, en uitgegeven door de heemkring in 1997. Ze vulden aan met de eigen ontdekkingen en die van anderen,
want hun opzet moest interactief zijn. Bezoekers van de pagina moesten ook hun inbreng kunnen hebben en suggesties kunnen aanleveren. En dat gebeurde ook. Vaste en occasionele bezoekers getuigden van een grote interesse en van een grote creativiteit. 
Eric Van Ingelgem, geboren Buggenhoutenaar en nu “uitwijkeling”, ons ook bekend van zijn bijdragen in dit tijdschrift, zag het als een uitdaging om per maand de voorgestelde dialectwoorden te gieten in een “vertelselke”. Zijn laatste decemberbijdrage willen we onze lezers niet onthouden. Kun je de “Biggenaatse” dialctwoorden eruit halen?

ZWANENZANG

Mijn buur Roger, die op de hoek van de straat woont, in dezelfde roië van mij, dat is nogal een koiëllen hoor. Hij zegt altijd tegen al wie het wil horen, dat hij vroeger steeds de pompom van de klas was, maar iedereen die hem kent, weet maar al te goed dat hij een grote moeësser is en dat alles waar hij zijn handen durft aan te steken miswappert.
Zijn overbuur Gontran, die van nature uit nogal een trèètzak is en om geen grapje verlegen zit, die gaat, omdat hij getrouwd is met een kwérre van een vrouw, nogal eens parlasjanten met de Roger. “Daarmee ben ik eens buiten“, zegt hij dan.
Om dan veel aanzien te verwerven en de volle aandacht naar zich toe te trekken, doet hij dan altijd zijn traadingen aan en tracht hij met veel bonzjoerkes en wizzewoïskes, de Roger op een verkeerd been te zetten.
Zo had de Gontran op een keer de Roger wijsgemaakt dat hij de capaciteiten had om een brasserie te beginnen en dat hij hem daarbij goed zou kunnen helpen. “Ik ga voor u een ooëtangbèt maken“, had hij gezegd. Twee dagen later was het klaar. Hij had er een oepangbèt van gemaakt. Het was zeer mooi afgewerkt en volledig in graat papier. Je zag direct dat hij er zijn werk van gemaakt had en het zo maar niet roef-roef in elkaar geflanst was.
“Nu ben je nogal gesnaurt hé“, zei de Gontran tegen de Roger.
“Kom“,zei hij. “We gaan dat al aan uw voorgevel hangen.“
Het plaatsen van dat reclamebord was geen sinecure. Tussen de deur en de venster was er niet veel plaats. Het was er zeer nip. Het reclamepaneel kon er maar nipt tussen. Zo nippekes was het daar. 
Op het oepangbèt kon je dan ook in prachtige grote sierletters lezen : 
Een echte aanrader voor schrokkers, veelvraten en gulzigaards, die geïnteresseerd zijn in nieuwe fijne dingen.
Weldra zat Roger zijn brasserie vol volk. Ja, ja, ze hadden ook veel reclame gemaakt en uitnodigingen verstuurd naar alle inwoners van onze straat. Iedereen was er. Ken je ze nog ? Ik noem ze even op:  François, de oenoloog en zijn dochter Nicole; de ex van Nicolleke: den Hugo; Felix, de buurjongen en moïtsersaup; Xirra, de trouwe hond; Pepijn de Korte met zijn tèèken; Karel de Grote, zoon van Pepijn; Ambrassine en haar oude toekker; Walter, de kaleiër en zijn oudste dochter met haar lief uit Steenhuffel, zijn vrouw Kalliope en haar minnaar ‘De Mautslauger‘ die waren er niet bij, die waren voorgoed weg en niemand wist hun adres; Louis, zaakvoerder van een bedrijf: inboedel-ontruiming; de vetsmelter maar zonder zijn maschoefelken, want ze kon nog steeds niet uit haar bed; Guido, de rondgoënder met zijn vrouw Angelina de paleontologe uit Peru; Pierre, de herborist en zijn moenk van een vrouw met zijn dochters : Kelly en Elly, zijn zonen : Eddy, Rudy en Freddy; Kamiel, de kynoloog,  zijn vrouw, doctor in de ichthyofauna en zijn zes kinderen; Fideel, de Sint - Bernard; twee mannen van de Vlaamse Overheid; bange Karel en zijn vrouw uit Buggenhout; Pol, de lepidopterist en zijn vrouw; de beroepsmilitair in zijn kèrreken en zijn vrouw met de zjieëzeminnen; de man in émtrok die een toiëning bracht; een buur die op de tenen van zijn vrouw schooëfelt en zijn vrouw. Iedereen was present en alles verliep naar wens van de twee spiksplinternieuwe en gelukkige restauranthouders.
Marie-Madeleine, de vrouw van de Roger, die nietsvermoedend maar moe, juist van een verkwikkende reis terugkwam, die kon bij thuiskomst haar eigen ogen niet geloven, toen ze zag wat ze zag. Een ongelooflijk schouwspel voltrok zich voor haar neus.
Het eerste tafereel dat ze mocht aanschouwen was de Gontran in zijn trouwkleren, met zijn véérbroek open en een keukenhanddoek over zijn arm, al wandelend tussen de keukentafel, het salontafeltje en de tafel van de eetkamer. Daarrond zaten alle buren en kennissen lustig keuvelend en regelmatig etensrestjes werpend naar de meegekomen honden, die dan alles rustig oppeuzelden op de mooie, met de hand geknoopte, Oosterse tapijten, die ze van vorige reizen had meegebracht.
Een tweede tafereel was, dat haar man Roger, zonder veel succes, een echt schrieëbakkes van een kleine, het zoontje van de dochter van de Walter de kaleiër en haar lief uit Steenhuffel, probeerde te sussen en te paaien, omdat die steeds hard huilend zat te roepen dat die wittepénne véél te dérre was. Zo een schrieëtoot zeg, zijn gezicht stond er al naar.
De Roger zijn vrouw, Marie-Madeleine, die goed voorzien was van oeëren en poeëten en zeker tegen een stootje bestand was, die kreeg bijna een appelflauwte, sloeg ineens bleek uit en begon zo wat van alles te moemelen tot ze plots een kreet slaakte, die door merg en been drong van elke aanwezige en zelfs de trouwe viervoeters hun staart de weg naar tussen hun poten deed vinden.
“AFGELOEËPEN !!!“ Nogmaals herhaalde ze haar kreet, maar dan nog met meer sissende en schorre intonatie: “AFGELOEËPEN IS HET HIER!! VERSTAAN JULLIE DAT? AFGELOEËPEN!!!“
Van het danig verschieten sprongen alle aanwezigen recht, incluis de honden met hun oren achteruit tegen hun hoofd en maakten zich als de bliksem uit de voeten. Je moest ze door de straat zien stèsselen hebben. Juist een kirre Galloway-runderen die uit hun vertrouwde omgeving zijn gehaald en
in één of ander bos zijn losgelaten en niet weten waar naartoe. 
Het gedonder verstomde. Het werd stil. De straat oogde leeg.
En toen kwam er een varken met een lange snuit en het vertelselke van den Eric is uit.

Maar met het einde van het jaar eindigde ook dit project. En dat vond het drietal maar niets. De aandacht voor het dialecterfgoed moet blijven. Ward Vrancken bracht een aantal mensen samen: afgevaardigden van heemkring Ter Palen, de Erfgoedcel Land van Dendermonde, de stuurgroep van de Verenigingenraad, de Gemeentelijke Bibliotheek, de schepen van Cultuur en een aantal kenners en liefhebbers van het Buggenhouts, Opdorps en Opstals dialect. Zij staken de koppen bij elkaar hoe dat praktisch kon worden verwezenlijkt. Want ook binnen de deelgemeenten zijn er heel wat dialectverschillen in woordgebruik en uitspraak.
Toch werden allen het eens om het woord “bosschoiënink” tot Biggenaats woord van het jaar uit te roepen.
En zo komt de Erfgoeddag 2016 als gepast. Hoe kunnen we over de rituelen van de bosbegankenis beter vertellen dan in het dialect?
Dat zullen plaatselijke vertellers doen op zondag 24 april in het ACC, in de Gemeentelijke Bibliotheek, die dag het centrum van de erfgoedactiviteiten: vertelling, voordracht, poëzie... 
Een gelegenheid ook om onze overleden lokale taalkundigen en taalliefhebbers speciaal te huldigen: professor Egdard Blancquaert, de academicus die dialect als studieobject op de kaart zette en daarbij zijn Opdorps als voorbeeld nam. Joz Tilley, die het Biggenaats verzamelde en indexeerde in zijn woordenboek. Toon Buys, die het werk van Joz verder zette en in poëzie goot. Jozef Du Bois, die als germanist ook het Opstalse dialect zijn verdiende plaats gaf.
Deze Erfgoeddag moet het startpunt worden van een heel jaar lang aandacht voor het dialect als waardevol cultureel erfgoed.
Ludo Cosijns

De Facebookpagina “Biggenaats Woord van de Dag” blijft nog altijd te bekijken!

Geen opmerkingen: